compententieprofiel

Competentieprofiel

van een Supervisor

DE SUPERVISOR KAN INTERACTIE MET SUPERVISANTEN BETEKENIS/VORM GEVEN: condities scheppen om een functionele samenwerking tot stand te brengen en te onderhouden.

Ellen: “Het welkom voelen, veilig voelen staat centraal in de bijeenkomsten. Het valt me op dat…’, past goed als ik als supervisor het met vriendelijke en belangstellende toon breng.”

1.

2.

DE SUPERVISOR KAN OMGAAN MET DIVERSITEIT: het handelen als supervisor kunnen variëren naargelang de individualiteit van de supervisant en productief maken van verschil en overeenkomst tussen supervisanten onderling en supervisor.

Ellen: “Als ik me vanuit een nieuwsgierige luisterhouding opstel, vanuit een willen afstemmen op de ander, dan sta ik (meer) open voor iemand die haar verhaal vertelt. Dan ben ik nieuwsgierig naar welke betekenis zij aan haar verhaal geeft en minder bezig met wat ik van haar verhaal vind of denk. Met andere woorden dan sta ik meer open voor de diversiteit die zich aandient, zonder oordeel. Een mooie voorbeeldvraag vanuit nieuwsgierigheid vind ik ‘Hoe doe je dat dan?”

DE SUPERVISOR KAN FASEREN: het handelen als supervisor kunnen variëren naargelang de fase van het
supervisieproces.

Ellen: “Ik geef supervisanten bewust ruimte voor zelfsturing en het ontwikkelen van een eigen leerroute.”

3.

4.

DE SUPERVISOR KAN EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING SCHEPPEN: het handelen als supervisor kunnen variëren naargelang de ontwikkeling van het leerproces van de supervisant(en).

Ellen: “Het lukt me om verschillende leerstijlen en leervoorkeuren van supervisanten te herkennen en probeer werkvormen uit om daarop aan te sluiten of juist vanaf te wijken. Een vraag die ik bijvoorbeeld meer ben gaan toepassen is ‘En wat nog meer?’, waarmee de supervisant wordt uitgenodigd om verder na te denken en te vertellen.
Wat zelfsturing van de supervisanten betreft, heb ik een ontwikkeling doorgemaakt van de supervisanten ‘leiden’ naar ‘begeleiden’.”

DE SUPERVISOR KAN DE INBRENG VAN DE SUPERVISANT IN EEN SUPERVISIECONTEXT TOT EEN SUPERVISIEVRAAG MAKEN EN HOUDEN: het handelen als supervisor kunnen variëren naargelang de aard van de vraag van de supervisant(en); dit betreft o.a. de grens bewaken dat begeleiding supervisie blijft als het supervisie moet zijn, niet onbereflecteerd overgangen maken naar andere vormen van begeleiding en een vraag van een supervisant tot een supervisievraag helpen bewerken.

Ellen: “De vraag, wat heb je hierin te leren, is soms te groot. Nu ik zie dat dit niet altijd werkt probeer ik meer na het luisteren, een korte samenvatting te geven (ik hoor je zeggen). te eindigen met een opmerking als ‘…en kennelijk vind je daar iets moeilijk in’ of ‘Wat wringt er?’
Vanuit een concrete werksituatie die ingebracht wordt, wordt het ervaringsleren gestimuleerd en gebruik gemaakt vooral van het ui-model van Korthagen. Hoe bewust zijn docenten in opleiding van hun eigen normen en waarden, opvattingen en hun passie die van invloed zijn op hun handelen.”

5.

6.

DE SUPERVISOR KAN DE WERKCONTEXT, DE SUPERVISIECONTEXT EN EVENTUEEL ANDERE RELEVANTE CONTEXTEN IN SUPERVISIE HANTEREN: het handelen als supervisor kunnen variëren naargelang de relevante contexten van zowel de supervisant als die van de supervisor zelf ; dit betreft o.a. zorg dragen voor een organisatorische inbedding van supervisie (inclusief randvoorwaarden en beleid en/of beleidsontwikkeling m.b.t. begeleiden binnen die context).

Ellen: “Met betrekking tot werkinbrengen heb ik vanuit de primaire en secundaire socialisatie met de supervisanten gewerkt en onderzocht hoe hun persoonlijke opvattingen, normen en waarden zich verhouden tot het handelen in hun werk(plekleren). In gesprek met Marcel Hoornhout bleek toch dat normering zeer belangrijk is. Ik heb hierin mijn manier gevonden door toch de normering door te nemen en vast te stellen bij het klikmoment (de contractering).”

DE SUPERVISOR KAN EIGEN LICHAMELIJKE GEWAARWORDING BENUTTEN als bron van betekenisgeving voor eigen handelen en ook naar supervisanten deze vorm van gewaarzijn stimuleren.

Ellen: “In mijn leerpraktijk heb ik mijn lichamelijk gewaar zijn met name benut in de zin van medegevoel tonen. Bij een heftig verhaal van de supervisant benoemde ik bijvoorbeeld welk gevoel het bij me opriep. Het effect is vooral dat een supervisant zich begrepen voelt. Ook een knikje of even een stilte laten vallen versterken dit moment. Het biedt een opening om in gesprek te gaan met elkaar over hoe eenieder het ervaart en daar begrip voor op te brengen. Belangrijk voor de samenwerking tussen mij en mijn supervisanten om zowel compassie als ongenoegen uit te spreken en van te leren.”

7.

8.

DE SUPERVISOR KAN HET EIGEN HANDELEN ALS SUPERVISOR EXPLICITEREN EN VERANTWOORDEN: als supervisor kunnen uitleggen wat je wil doen en doet en dat kunnen onderbouwen en verantwoorden – zowel naar zichzelf als professional, naar de supervisant als klant en tenslotte naar collega’s vakgenoten die professionele normen en manieren van kijken vertegenwoordigen en die o.a. in theorie hun neerslag hebben gekregen.

Ellen: “Besprekingen over mijn eigen inbreng als supervisor hebben zeer bijgedragen dat ik mijn keuzes weet te expliciteren en kritisch kan bekijken. Het zorgt voor mij voor structuur en fasering. Het uitvergroten van details uit mijn praktijk heeft mij vooral andere soms nieuwe inzichten gebracht en een uitgebreider handelingsrepertoire.”

DE SUPERVISOR KAN ZELFSTANDIG DE EIGEN PROFESSIONELE ONTWIKKELING VORMGEVEN (DOORGROEIBEKWAAMHEID TONEN): zichzelf als supervisor kunnen blijven ontwikkelen; o.a. door een realistische zelfbeoordeling te kunnen maken als basis om het eigen doorgaand leren vorm te kunnen geven en voor ontwikkelpunten zelf een leeromgeving kunnen scheppen.

Ellen: “De supervisie heeft mij geleerd dichter bij mijn gevoel te gaan staan, zodat ik vanuit die gedachte ook handel, zowel richting supervisanten maar ook zeker ook richting mijn eigen leerproces als supervisor en het reflecteren hierop. Mijn repertoire als supervisor heeft zich vergroot door de individuele leersupervisie met leersupervisor Marcel Hoonhout, verschillende workshops zoals Diversiteitskaarten (Marten Bos) en Intervisie met collega-supervisoren.”

9.

Over mij - Ellen van Kooten

Ik vind supervisie een constructieve vorm van begeleiden, vooral door de verschillende mensen die op mijn pad komen (en ik op die van hun). Door wederzijdse interactie, de invloed vanuit de context en de leervraag binnen de individuele werkinbreng aandacht te geven, is het samen zoeken naar een eigen authentieke leerroute een prachtige uitdaging.

KvK A’dam 54251605
LVSC Registratie Supervisie KOO 024-S

Neem contact op

Belangrijke links

Awards

Experience

Success Story

© Britt Roele 2025 | Website by Vishiba.com